Dominee Overduin heeft de padvinderij na de oorlog opgezet. In 1945 lag het
hele jeugdwerk in Arnhem over hoop, hij had het idee om een padvindersbeweging
in Arnhem op te zetten, van een priester waarmee hij samen in het Duitse kamp
Neuegamme had gezeten en gesproken.
Na het afloop van de Oorlog is Jan Makking degene geweest die begonnen is met
het oprichten van een gereformeerde padvinderij. In het eerste begin waren de
bijeenkomsten in het koetshuis van kasteel Zypendaal. Deze eerste vereniging had
in het begin nog geen naam. Enige tijd later noemde deze groep zich de Willem de
Zwijger. Uit deze eerste groep zijn later alle gereformeerde padvindersgroepen
ontstaan, zo ook de Lincolngroep. In het begin hadden ook meisjes een eigen
groep die vanuit het Koetshuis werkten, dit werd later de Oranjegroep.
Kenmerkend voor de groepen die uit dit eerste initiatief zijn ontstaan is de
basis kleur van de das. Bordeaux rood. Iedere groep gebruikte het rood en
combineerde dit met een andere kleur, waarbij het rood altijd links gedragen
werd in geval van 2 kleuren. De Lincoln groep das is de helft bordeaux en de
andere helft grijs.
Opgericht oktober 1945 (15 december 1945, 1e opkomst in ‘de Goede
Tijden’), zie ook de logboek pagina's. In januari 1946, kwam onze akela Ans Mooij erbij, zij kwam erbij door
haar man, ‘de oubaas’. Deze was al in 1929 als verkenner geïnstalleerd bij een
groep in Almelo, en werd gevraagd of hij de voortrekkers wilde leiden, bij
oprichting van de padvindersgroepen door de geformeerde kerk.
De welpen begonnen in Rozenstraat (zijstraat Amsterdamseweg) gebouwtje van de
gereformeerde kerk ‘de Goede Tijden’ geheten, op woensdagmiddag, de grootte van
de welpengroep was toen ongeveer 15 welpen. De begin tijden waren niet altijd
even gemakkelijk, ook al omdat de groep geen eigen plek had waar men kon
samenkomen. Na een paar weken niet draaien ivm griep kon geen gebruik meer
gemaakt worden van het gebouw “de Goede tijden”. Om de groep toch te kunnen
draaien werd uitgeweken naar de achterkamer van akela Mooij aan de
Amsterdamseweg. Toen de groep te groot werd en dit niet meer ging stond de groep
letterlijk op straat en werd er alleen buiten gedraaid. ’s winters hoopte akela
soms dat er niemand kwam opdagen als het erg koud was, maar altijd stonden ze
weer op de stoep op woensdagmiddag.
Gelukkig werd er een zaal van de Westerkerk beschikbaar gesteld waar de welpen
bijeen konden komen. Toen waren er 30 welpen waaronder ook Ad de zoon van akela,
leiding bestond slechts uit 2 personen, akela Mooij met nog iemand.
De verkenners zaten naast huize Anaja in een kelder. Op een kwade dag hoorde
akela dat de hopman de groep opgeheven had, omdat hij er geen zin meer in had.
Toen is akela ook de verkenners gaan draaien als ‘hopvrouw’. De welpen draaiden
in die tijd in Mariëndaal in blokhut ‘de Dillenburg’ aan het spoor.
Op 9 mei 1959 werd onze huidige blokhut geopend, in eerste instantie een jeugdhuis voor
het gewone jeugdwerk van de gereformeerde kerk ( het huidige welpenverblijf) met
daaronder een fietsenkelder, Maar na aandringen bij het bestuur om de
fietsenkelder dicht te maken (huidige verkennerverblijf) en aan de Lincolngroep
terbeschikking te stellen werd dit goedgekeurd. Er kwam ook nog een kraan en
een wc in. Het huidig leiderskamertje was er nog niet dit is er later bij
gebouwd.
Naast deze blokhut (onze huidige), stond richting de weg nog een blokhut, hier
heeft later een kleuterschool in gezeten. Deze blokhut is al lang verdwenen en
is nu een ruig stukje bos dat gebruikt wordt om in te spelen.
De welpen draaiden er s’woensdags middags en de verkenners op zaterdagmiddag. Na
enige tijd is de blokhut uitgebreid met aanbouw van de keuken en
leiderskamertje. Akela was kantinejuf die ’s avonds koffie en thee zette tijdens
de bouw hiervan. Boven draaide toen nog gewoon het gereformeerde jeugdwerk. Op
enig moment wilden de jeugdclubs liever naar een zaaltje bij de kerk omdat daar
alles schoongehouden werd en ze niet meer in die muffe lucht van een blokhut
hoefden te zitten.
Stichting jeugdhuizen beheerde de blokhut toen nog en vond het geen probleem dat
de welpen boven gingen draaien en de padvinders beneden. Vanaf toen draaiden de
welpen en de verkenners allebei ook op zaterdagmiddag. Boven was er doordeweeks
een peuterspeelzaal, de leidsters vonden de oliekachels destijds erg gevaarlijk,
hierdoor is er toen ook gas aangelegd.
MoWiLi stam:
In 1945 werd er ook een stam opgericht, deze stam werd de Mowili stam
genoemd, samen gevoegd uit de groepen Montgomery, Willem de Zwijger en de
Lincoln. In 1946 werd de heer Mooij ‘de oubaas’ gevraagd om deze te leiden, in
1927 was hij al bij de padvinders in Almelo geïnstalleerd. Zij draaiden in de
ijskelder van Mariëndaal, vanaf de Utrechtseweg onder het spoor door aan de
rechterkant, later zijn ze verhuisd naar een andere ijskelder, voorbij de villa
aan de linkerkant. Uiteindelijk zijn ze ook gehuisvest in ‘Lincolnshire’ aan de
Zijpendaalseweg.
Algemeen:
In de eerste jaren werden de zomerkampen van de welpen met de drie groepen
MoWiLi tegelijk gegeven. Op St. Joris dag werd er om 7:00 verzameld door het NPV
district op de markt, later werd dit op de rondeweide in Sonsbeek gehouden. Op
een keer op St. Jorisdag nog op de markt werd akela eerst thuis opgehaald door
de districtsleider en kreeg akela Mooij de gouden Jacobsstaf. De laatste keer
voordat de NPV overging naar Scouting Nederland en St. Joris in Sonsbeek
gehouden werd heeft akela de zilveren Jacobsstaf gekregen. De zilveren
Jacobsstaf is heel bijzonder, daar zijn er maar een paar van in Nederland
uitgereikt.